“Waarom overkomt mij dit?”
“Doe ik er nog toe?”
“Heeft mijn leven nog zin?”
Als zorgverlener kan je vragen krijgen waarop je geen eenvoudig antwoord hebt. Zeker bij een ernstige ziekte, verlies of het levenseinde kunnen vragen over zingeving naar boven komen.
Wat zeg je dan? Moet je een antwoord geven? En is praten over zingeving niet eerder iets voor een pastor?
Katrien Cornette werkt al 25 jaar rond zingeving en spiritualiteit. Ze is pastor bij Zorggroep Sint-Kamillus Bierbeek en freelance vormingswerker rond spiritualiteit en goede (zelf)zorg. Doorheen de jaren leerde ze vooral dat je niet altijd een oplossing moet zoeken. Soms begint goede zorg met tijd maken, luisteren en ruimte geven aan het verhaal van de andere.
1. Niet elke vraag moet opgelost worden
Zorgverleners zijn vaak doeners. Ze zien een probleem en willen helpen. Dat is een belangrijke kwaliteit, maar bij zingevingsvragen werkt dat niet altijd.
Sommige vragen hebben geen duidelijk antwoord.
Wanneer iemand zich afvraagt waarom hij ziek is geworden of welke betekenis zijn leven nog heeft, kan je daar niet altijd een antwoord op geven. Wat je wél kunt doen, is bij die persoon blijven en ruimte geven aan die vragen.
Volgens Katrien zijn drie dingen belangrijk:
A.Maak tijd.
Tijd maken betekent niet alleen dat je veel tijd moet hebben. Ook in een drukke werkdag kan een kort moment waardevol zijn. Het gaat er vooral om dat je echt aanwezig bent: even stoppen met wat je doet, met volle aandacht luisteren en verbinding maken met de persoon tegenover je. Ga even zitten, geef ruimte aan wat er gezegd wordt en laat voelen: ik ben hier en ik luister naar jou.
B. Luister en durf doorvragen.
Ga moeilijke vragen niet uit de weg. Je hoeft niet onmiddellijk een antwoord te hebben. Eenvoudige vragen kunnen helpen om beter te begrijpen wat iemand bedoelt: “Wat betekent dat voor u?” of “Kan u daar iets meer over vertellen?”
C. Fouten maken mag. Blijf authentiek.
Je hoeft geen perfecte woorden te vinden. Mensen voelen wanneer je oprecht luistert en echt geïnteresseerd bent in hun verhaal.
2. Zingeving is veel ruimer dan religie
Bij het woord ‘zingeving’ denken veel mensen eerst aan geloof of religie. Maar zingeving gaat veel breder.
Het kan gaan over familie en relaties, over verlies, hoop, identiteit en waarden. Maar ook over de vraag wat iemand belangrijk vindt of wat zijn dag nog betekenis geeft.
Denk bijvoorbeeld aan een oudere persoon die weinig bezoek krijgt en zich afvraagt:
“Doe ik er nog toe?”
Daar hoef je niet altijd met woorden op te antwoorden. Ook kleine handelingen kunnen iemand opnieuw het gevoel geven gezien en gewaardeerd te worden.
Iemand betrekken bij een kleine taak, vragen naar wat hij of zij belangrijk vindt of bewust tijd maken voor persoonlijk contact: ook dat kan bijdragen aan zingeving.
3. “Maar is dat niet de taak van een pastor?”
Een pastor of andere deskundige kan een belangrijke rol spelen bij complexe zingevingsvragen. Maar dat betekent niet dat elke vraag onmiddellijk moet worden doorverwezen.
Zorgverleners en vrijwilligers staan vaak dicht bij patiënten en hun naasten. Daardoor kunnen zij belangrijke signalen als eerste opmerken.
Volgens Katrien is het daarom belangrijk om als zorgverlener je ‘voelsprieten’ voor zingeving te ontwikkelen: leren herkennen wanneer een vraag over meer gaat dan alleen het praktische of medische probleem.
Je hoeft daarvoor geen specialist te zijn.
Wel helpt het om basisvaardigheden te hebben om zo’n gesprek te openen, te luisteren en te weten wanneer extra ondersteuning nodig is.
Verpleegkundigen, zorgkundigen, artsen, kinesisten, psychologen, sociaal werkers, vrijwilligers … allemaal kunnen ze met zingevingsvragen in contact komen.
Zoals Katrien het zelf zegt:
“Welke schort je ook draagt, jij kan het verschil maken.”
Leren omgaan met zingevingsvragen
Hoe herken je een zingevingsvraag? Wat maakt zo’n gesprek anders? Welke valkuilen zijn er? En hoe kan je ruimte maken wanneer een gesprek vastloopt?
Op 16 oktober 2006, tijdens de vorming ‘Help, wat moet ik zeggen? Omgaan met zingevingsvragen’ gaat Katrien Cornette samen met de deelnemers dieper in op deze vragen.
Je maakt kennis met vier kenmerken van zingevingsvragen: traagheid, ambivalentie, raadselachtigheid en gerichtheid op waarden. Aan de hand van casussen, geschreven gesprekken en korte filmfragmenten bekijkt ze welke houding en vaardigheden kunnen helpen.
Je krijgt ook concrete tips die je kan meenemen naar je eigen praktijk.
Voor zorgverleners en vrijwilligers die mensen met palliatieve zorgnoden begeleiden.
